Ik heb altijd al een Wurlitzer Reform Boehm klarinet willen hebben. Dit klarinetsysteem zou het Duitse klankideaal combineren met de Franse vingerzetting en het speelgemak van het Boehm-systeem.
Een aantal bekende klarinettisten speelde op een Reform Boehm-klarinet, onder wie George Pieterson en Jacques Meertens, beiden soloklarinettist van het Koninklijk Concertgebouworkest. Toch is dit systeem relatief onbekend gebleven. Slechts een handvol bouwers maakt deze instrumenten nog, en op mijn werkbank kom ik ze dan ook maar zelden tegen voor reparatie.
Toen zich onlangs de kans voordeed om een Fritz Wurlitzer Reform Boehm-klarinet te kopen, hoefde ik dan ook niet lang na te denken. Inmiddels speel ik er al enkele weken op en ben ik overtuigd geraakt van de voordelen van dit systeem. Het is zonder twijfel de beste klarinet waarop ik ooit heb gespeeld.
Maar wat is een Reform Boehm-klarinet eigenlijk precies? Waar komt dit systeem vandaan, wat maakt het technisch bijzonder, en waarom is het altijd een niche gebleven?
Inhoudsopgave
Wat is een Reform Boehm-klarinet?
Een Reform Boehm-klarinet is in de basis een Boehm-klarinet, maar dan met eigenschappen die zijn ontleend aan de Duitse klarinetbouw. Het idee achter dit systeem is eenvoudig en ambitieus tegelijk: de logische vingerzetting en technische toegankelijkheid van het Boehm-systeem combineren met de klank, boring en speelkarakteristiek van de Duitse klarinet.
Dat maakt de Reform Boehm interessant voor klarinettisten die zich thuis voelen op Boehm, maar toch op zoek zijn naar een ander klankideaal. Veel spelers omschrijven dat als een donkerder, compacter en meer gecentreerd geluid, met meer weerstand en meer kern in de toon.
Het is dus niet zomaar een gewone Boehm-klarinet met een paar extra kleppen. De verschillen zitten dieper: in de boring, de afstemming van het instrument, de mechanische uitwerking en uiteindelijk in de hele speelervaring.
De achtergrond: twee klarinetwerelden
De Reform Boehm-klarinet is ontstaan op het snijvlak van twee grote klarinettradities. Aan de ene kant staat het Boehm-systeem, dat zich vanuit Frankrijk internationaal heeft verspreid en bekendstaat om zijn logische vingerzetting en technische flexibiliteit. Aan de andere kant staat de Duitse klarinettraditie, met een andere boring, andere mechanische uitgangspunten en een duidelijk eigen klankideaal.
De Reform Boehm ontstond uit de wens om deze twee werelden dichter bij elkaar te brengen. Voor veel spelers was de overstap naar een volledig Duits systeem te groot, terwijl het Duitse klankideaal juist wel aantrekkelijk was. De Reform Boehm probeerde daarom geen geheel nieuw systeem te zijn, maar een doordachte synthese van bestaande principes.
Het ontstaan van het Reform Boehm-systeem
De Reform Boehm-klarinet ontstond in de eerste helft van de twintigste eeuw uit een poging om twee verschillende klarinettradities met elkaar te verbinden: enerzijds het Franse Boehm-systeem, dat bekendstond om zijn logische vingerzetting en technische speelgemak, en anderzijds de Duitse klarinetbouw, met haar eigen boring, mondstukopbouw en klankideaal.
Het uitgangspunt was dus niet om een volledig nieuw systeem te ontwerpen, maar om een bestaand mechanisch systeem akoestisch in een andere richting te ontwikkelen.
De belangrijkste naam in deze ontwikkeling is die van de Duitse klarinettist Ernst Schmidt (1871–1954). Schmidt hield zich intensief bezig met de akoestische en mechanische problemen van de klarinet en werkte vanuit de gedachte dat intonatie, resonantie en klankkleur niet los van elkaar konden worden verbeterd.
Rond 1905 ontwikkelde hij samen met instrumentmaker Louis Kolbe de zogenoemde Schmidt-Kolbe-klarinet, een Duits georiënteerd systeem waarin extra openingen en resonantievoorzieningen werden toegepast om toonvorming en gelijkmatigheid te verbeteren. Die experimentele fase vormde later ook de basis voor zijn ideeën over een aangepaste Boehm-klarinet.
Schmidt ontwierp vervolgens wat later het Reform Boehm-systeem zou worden: een klarinet met Boehm-vingering, maar met een meer Duits georiënteerde boring, mondstuk- en rietopvatting. Volgens historische beschrijvingen voorzag hij dit systeem bovendien van meerdere extra resonantie-openingen, rollers op de rechter pinkkleppen en een verbetering voor de keel-Bes/B♭, waarvoor hij in 1912 een patent liet vastleggen.
Het doel van al deze aanpassingen was niet alleen technische verfijning, maar vooral een homogener instrument met een donkerder en meer gecentreerd klankkarakter dan de gangbare Franse Boehm-klarinet.
Voor de praktische uitwerking en verspreiding van het systeem was vervolgens Fritz Wurlitzer van groot belang. Hij bouwde voort op Schmidts ideeën en werkte deze verder uit tot instrumenten die in de praktijk door professionele klarinettisten konden worden gebruikt.
Historische bronnen vermelden dat Wurlitzer al vóór de Tweede Wereldoorlog hoogwaardige Reform Boehm-klarinetten bouwde op basis van de leer van Schmidt en Kolbe. In de jaren dertig en veertig werd het systeem verder verfijnd, waarna Wurlitzer in 1949 een van de eerste voltooide Reform Boehm-klarinetten leverde aan een klarinettist van het Concertgebouworkest in Amsterdam. Daarmee kreeg het systeem voor het eerst ook buiten Duitsland zichtbare betekenis in het professionele muziekleven.
De Reform Boehm-klarinet moet daarom niet worden gezien als een losstaande uitvinding van één moment, maar als het resultaat van een langer ontwikkelingsproces. Vanuit de experimentele instrumentbouw van Schmidt en Kolbe groeide geleidelijk een klarinettype dat de Franse vingerlogica combineerde met Duitse akoestische uitgangspunten. Juist die combinatie verklaart waarom het systeem altijd een bijzondere positie heeft ingenomen: geen standaard Boehm-klarinet, maar ook geen Duitse Oehler-klarinet, eerder een doelbewuste synthese van beide tradities.
Technische kenmerken van de Reform Boehm-klarinet
Het bijzondere van de Reform Boehm-klarinet zit niet in één losse mechanische vondst, maar in de combinatie van Boehm-vingering met een Duits georiënteerde akoestische opbouw.
De speler houdt dus in grote lijnen de vertrouwde Franse vingerlogica, terwijl boring, mondstukconcept en verschillende mechanische details zijn aangepast om dichter uit te komen bij het speel- en klankkarakter van de Duitse klarinet.
Het belangrijkste verschil zit in de boring. De boring van een Reform Boehm klarinet is meer verwant aan de Duitse klarinetten, o.a. door een geringere coniciteit en een aangepaste plaatsing van de toongaten.
Dat heeft gevolgen voor de weerstand, de projectie, de intonatie en uiteindelijk ook voor de klankkleur. Daardoor voelt een Reform Boehm in de praktijk vaak duidelijk anders aan dan een gewone Boehm-klarinet, ook als de buitenkant sterk overeenkomt.
Ook de toongaten en hun onderlinge afstemming zijn van groot belang. Bij een Reform Boehm zijn die niet simpelweg overgenomen van de Franse Boehm-klarinet, maar opgenomen in een ander akoestisch concept. Juist de combinatie van boring en toongatontwerp bepaalt voor een groot deel hoe gelijkmatig het instrument door de registers heen spreekt.
Het doel is een homogener verloop tussen chalumeau, clarion en altissimo, met een klank die meestal minder uitgesproken helder en meer gecentreerd is dan bij veel standaard Boehm-klarinetten.
Daarnaast zijn er vaak ook mechanische verschillen. Onder meer: rollers tussen de rechter pinkkleppen, een registerklep naar Duits model, een extra ring voor bepaalde grepen, een Gis bediening voor de rechter wijsvinger en verbeteringen in de lage E/F-mechaniek.
De technische ontwikkeling van de Reform Boehm-klarinet
De Reform Boehm-klarinet is in technisch opzicht niet in één keer “uitgevonden”, maar geleidelijk ontwikkeld. De vroegste instrumenten van Schmidt en Kolbe waren duidelijk experimenteler van opzet dan de latere Wurlitzer-instrumenten. Uit historische beschrijvingen blijkt dat men vanaf het begin vooral zocht naar een andere akoestische basis dan die van de standaard Franse Boehm-klarinet: een meer Duits georiënteerde boring, een andere verhouding tussen de registers en extra resonantievoorzieningen. Vroege Reform Boehm-instrumenten hadden daarbij een relatief ruime boring, met waarden rond 15,2 mm, terwijl latere en modernere instrumenten eerder rond 14,7 mm uitkomen. Ook wordt een beperkte flare in het onderstuk genoemd als kenmerk van het systeem. Dat wijst erop dat de bouwers niet alleen het mechaniek wilden aanpassen, maar vooral de akoestische kern van het instrument opnieuw hebben doordacht.
Een belangrijk deel van die ontwikkeling zat in de plaatsing van de toongaten. Volgens de historische literatuur heeft Ernst Schmidt de positie en afmetingen van de toongaten opnieuw berekend op akoestische gronden. Later werden die berekeningen nog eens herzien, onder meer in de jaren dertig, toen Schmidt samenwerkte aan een tweede ontwerp van de Reform Boehm- en Schmidt-Kolbe-klarinetten. Het doel was een betere balans tussen intonatie, respons en gelijkmatigheid. Moderne bouwers laten zien dat juist op dit punt de ontwikkeling is doorgegaan: Schwenk & Seggelke beschrijft bijvoorbeeld expliciet een aangepaste plaatsing van de bovenste toongaten, waarbij de ligging van g’ aan de linkerzijde het mogelijk maakt de gaten voor ab’ en a’ verder van het mondstuk te plaatsen en groter uit te voeren. Volgens de bouwer levert dat een homogener klankverloop en een betere verhouding van de twaalfden op.
Ook de extra resonantiegaten zijn een wezenlijk onderdeel van de technische ontwikkeling. In beschrijvingen van het systeem worden die herhaaldelijk genoemd als middel om het instrument homogener en dragender te laten klinken. Een bekend voorbeeld is het extra gat voor de Bes, dat zorgt voor een schonere en beter gestemde toon. Daarnaast hadden sommige oudere Reform Boehm-klarinetten een extra opening in de beker, bedoeld om de lage tonen voller te maken en de intonatie daar te verbeteren. Moderne uitvoeringen lossen dat niet altijd op dezelfde manier op: bij latere Wurlitzer-instrumenten lijkt dit deels te zijn vervangen door een andere bekervorm of door een extra klep op de beker.
In het mechaniek bleef de Reform Boehm in de kern een Boehm-klarinet, maar wel één met doelgerichte aanpassingen. Hiertoe behoren rollers tussen de rechter pinkkleppen, een registerklep naar Duits model, een extra ring op het bovenstuk, een Cis/Gis voorziening voor de rechter wijsvinger en een verbeterde lage E/F-mechaniek.
Hoe klinkt een Reform Boehm-klarinet?
Dat blijft natuurlijk altijd lastig om in woorden te vangen, maar er zijn wel een paar kenmerken die vaak terugkomen.
Veel spelers ervaren de klank als:
- donkerder
- voller
- compacter
- stabieler
- meer gecentreerd
- homogener over de registers.
Bouwers van Reform Boehm-klarinetten
De groep bouwers van Reform Boehm-klarinetten is altijd klein geweest. In de voorgeschiedenis zijn vooral Ernst Schmidt en Louis Kolbe van belang, waarbij Schmidt geldt als de belangrijkste ontwerper van het systeem en Kolbe als vroege samenwerkingspartner. De bouwer die de Reform Boehm vervolgens echt vorm gaf, was Fritz Wurlitzer, waarna de traditie werd voortgezet door Herbert Wurlitzer en de huidige Wurlitzer-firma.
Voor spelers die vandaag een Reform Boehm-klarinet zoeken, zijn vooral Wurlitzer, Leitner & Kraus, Schwenk & Seggelke en Wolfgang Dietz de belangrijkste namen. Daarnaast heeft ook Yamaha in het verleden instrumenten gebouwd die als Reform Boehm of German Boehm kunnen worden gezien, al maken die geen deel meer uit van het huidige aanbod en zijn ze vooral relevant op de tweedehandsmarkt.
Wurlitzer
Wurlitzer is zonder twijfel de naam die het sterkst met de Reform Boehm-klarinet verbonden is. Volgens de huidige firma werd de Reform Boehm meer dan tachtig jaar geleden in huis ontwikkeld, en werd Wurlitzer internationaal bekend toen Fritz Wurlitzer dit systeem uitwerkte als een instrument met Franse vingerzetting en de klank van een Duitse klarinet. Ook vandaag bouwt Wurlitzer nog steeds meerdere Reform Boehm-modellen en presenteert het die als een combinatie van Duitse boring, Boehm-mechaniek en extra alternatieve grepen en intonatiemogelijkheden.
Wurlitzer biedt de Reform Boehm-klarinet aan in een duidelijk opgebouwde modellijn. Bij de sopraanklarinetten in A en Bes/B♭ begint die met de No. 188, een model met 19 kleppen, 6 ringen en automatic B♭ mechanism. De No. 187 is in feite een No. 188 met extra E♭-hevel, desgewenst ook met rollers op de E♭/C-grepen. Daarboven staat de No. 185, een model met full mechanism, 20 kleppen, 7 ringen, fork B♭, F#-G# trill, E♭-lifter en rollers op de E♭/C-grepen. De meest uitgebreide uitvoering is de No. 185 E/F, die met 22 kleppen bovendien een low E/F-improvement heeft. Wurlitzer bouwt deze Reform Boehm-lijn niet alleen in A en Bes/B♭, maar ook in E♭/D, C, als basklarinet (No. 195) en als bassethoorn in F (No. 199).
Leitner & Kraus
Leitner & Kraus bouwt vandaag nog steeds actief Reformed Boehm-klarinetten en behoort daarmee tot de weinige huidige specialisten van dit systeem. Op de eigen website presenteert het atelier een opvallend breed aanbod, met niet alleen A- en Bes/B♭-klarinetten, maar ook Es/D-klarinetten, C-klarinetten, bassetklarinetten, bassethoorns en basklarinetten binnen de Reformed Boehm-lijn. Dat maakt Leitner & Kraus vooral interessant voor spelers die binnen dit systeem veel keuze willen hebben in model, stemming en uitvoering.
Schwenk & Seggelke
Schwenk & Seggelke bouwt eveneens nog steeds Reform Boehm-klarinetten en presenteert die als een vaste productlijn binnen het assortiment. De firma biedt deze instrumenten in elk geval in A en Bes/B♭ aan en legt daarbij sterk de nadruk op de combinatie van traditioneel vakmanschap, individuele afstemming en een Reform Boehm-concept met Duitse klankoriëntatie. Daardoor profileert Schwenk & Seggelke zich vooral als bouwer voor spelers die een hoogwaardig en meer op maat gemaakt Reform Boehm-instrument zoeken.
Yamaha
Yamaha heeft in het verleden ook klarinetten gebouwd die als Reform Boehm kunnen worden gezien, maar deze modellen maken geen deel meer uit van het huidige Yamaha-aanbod. Op de tweedehandsmarkt duiken vooral de YCL-856 in Bes/B♭ en de YCL-846 in A op. De Yamaha YCL-856 was een Custom Bes-klarinet die Yamaha in 1986 introduceerde en inmiddels weer uit productie heeft genomen. Yamaha positioneerde dit model als een instrument met een Duits klankideaal, maar wel met standaard Boehm-vingering, en noemde daarbij expliciet de langere cilindrische boring die kenmerkend is voor Duitse klarinetten. De YCL-856 had een grenadillahouten corpus, verzilverde kleppen, 17 kleppen en 6 ringen, en was bovendien voorzien van een mechaniek voor intonatiecorrectie en een resonantiegat in de beker.
Wolfgang Dietz
De Reform Boehm-klarinetten van Wolfgang Dietz behoren tot de huidige gespecialiseerde Duitse bouwtraditie rond dit systeem. Dietz, die zijn opleiding kreeg bij Herbert Wurlitzer, bouwt sinds 1989 handgemaakte klarinetten en biedt naast Duitse en Franse systemen ook expliciet een Reformböhmklarinet aan. Op de eigen website omschrijft Dietz die als een instrument dat de voordelen van de Boehm-klarinet combineert met die van de Duitse klarinet, met een speciaal ontworpen boring voor een warme, zachte, typisch Duitse klank en een handgebouwde Boehm-mechaniek voor de vertrouwde snelle en comfortabele speelwijze. Als concreet model noemt Dietz onder meer een Modell 585 met 20 kleppen, 7 ringen, Es/Gis-hevel, rollen aan C- en Es-greep, twee tonnetjes en één mondstuk.
Wanneer kies je voor Boehm en wanneer voor Reform Boehm?
Twijfel je tussen een gewone Boehm-klarinet en een Reform Boehm-klarinet, dan is de belangrijkste vraag niet welke van de twee “beter” is, maar wat je zoekt in klank, speelgevoel en gebruiksgemak.
Een gewone Boehm-klarinet is meestal de meest logische keuze als je een breed inzetbaar, goed gestandaardiseerd instrument wilt. Het aanbod is groot, er is veel keuze in merken, mondstukken en docenten, en het systeem is internationaal de norm. Voor de meeste spelers is Boehm daarom de veiligste en praktische keuze.
Een Reform Boehm-klarinet is vooral interessant als je je thuis voelt op Boehm, maar niet helemaal tevreden bent met het klankideaal van een standaard Franse Boehm-klarinet. Zoek je meer kern, meer weerstand, een donkerder kleur en een speelgevoel dat dichter bij de Duitse klarinettraditie ligt, dan kan Reform Boehm juist heel aantrekkelijk zijn. Je behoudt dan grotendeels de vertrouwde Boehm-vingerzetting, maar komt klankmatig in een andere wereld terecht.
Daar staat wel iets tegenover. Met een Reform Boehm kies je ook voor een kleiner en specialistischer segment. Het aanbod is beperkter, instrumenten verschillen onderling vaak sterker, en je bent meestal meer afhankelijk van een passende set-up en specialistisch onderhoud. Voor een speler die vooral gemak, beschikbaarheid en standaardisering zoekt, is een gewone Boehm-klarinet meestal de verstandigere keuze.
Conclusie
De Reform Boehm-klarinet is een bijzonder systeem dat veel meer aandacht verdient dan het meestal krijgt. Het combineert de vertrouwde vingerzetting van Boehm met belangrijke elementen uit de Duitse klarinetbouw en neemt daardoor een eigen plaats in tussen de Franse en Duitse klarinettraditie.
Dat het systeem relatief onbekend is gebleven, maakt het juist interessant. Het is geen massaproduct, maar een doordacht instrument voor spelers met een duidelijke voorkeur. Nu ik er zelf op speel, begrijp ik die aantrekkingskracht beter dan ooit. Voor mij is de Fritz Wurlitzer Reform Boehm-klarinet in ieder geval geen curiositeit of zeldzaam verzamelobject, maar simpelweg een uitzonderlijk goed instrument.
Veelgestelde vragen over de Reform Boehm-klarinet
Meer lezen?
Bekijk ook ons artikel over de verschillen tussen het Boehm en Oehler/Albert systeem
