Kerninfo: Stad/Regio: Markneukirchen · Periode: 1885-heden
Oscar Adler & Co
Geschiedenis
Oorsprong & vestiging (1885). Opgericht door Franz Oscar Adler in Markneukirchen (Vogtland, Saksen). Rond 1895 verhuisd binnen de stad (Bergstraße 14). Productie van houtblazers (hobo/althobo, klarinet, fagot, fluit) groeit snel; rond 1900 >50 werknemers.
Eerste saxofoon (1901). Adler bouwt de eerste saxofoon in Duitsland; als voorbeeld diende een Gautrot-tenor (1889) uit het lokale museum. Vanaf dit moment verschijnen de eerste eigen Adler-saxen.
Interbellum. Breed programma voor harmonie-/militaire orkesten; saxen en klarinetten in traditionele Europese signatuur. Export en stencils (o.a. andere merknamen op beker) komen voor.
Tussen oorlog en vroege DDR (ca. 1939–1959)
Tijdens de oorlogsjaren werd de civiele productie zwaar beperkt. In de naoorlogse jaren hervatte Adler in het Sovjet-bezettingsgebied de houtblazer- en saxproductie; tot 1968 zouden er in totaal bijna 10.000 Adler-saxofoons uit elf modelreeksen verkocht zijn (OCU, RELDA, ODEUM, ORFEON, ELECTRA, RACSO, SYMPHONIE, GLORIA, ETERNA, SONORA, TRIUMPH). In de vroege DDR-jaren verschoof de focus al geleidelijk naar houtblazers. Wikipedia
Vroege DDR-ingreep en uitfasering sax (1959–1974)
In 1959 werd Adler (stapsgewijs) ondergebracht bij de staatscombinatie VEB Blechblas- und Signal-Instrumenten-Fabrik (B&S). De VEB dicteerde wat gebouwd mocht worden; saxofoons werden kort daarna geschrapt, en de productie concentreerde zich op hobo’s en fagotten. In 1972 kwam de houtblazertak in VEB Spezial-Holzblasinstrumente terecht en sinds 1974 ressorteerde Adler volledig onder VEB B&S.
GDR-periode & consolidatie. In de jaren ’70 wordt de houtblazerproductie samengebracht in staatsbedrijf VEB Spezial-Holzblasinstrumente, later vallend onder VEB B&S. Na 1990 volgt herprivatisering en samengaan met Gebrüder Mönnig → Gebr. Mönnig – Oscar Adler & Co Holzblasinstrumentenbau GmbH (Markneukirchen). Het Adler-label blijft bestaan op met name klarinetten/fagotten.
Kenmerken (saxofoons per periode)
Vroeg (ca. 1901–1925)
- Linker pink-cluster in spoon-stijl, kleine palmkeys.
- Meestal zonder front-F en zonder high F#.
- Klank: licht/centraal, “Europees”; ergonomie traditioneel.
Tussenoorlog (ca. 1925–1939)
- Geleidelijk modernere mechaniek (octaafhefboom, linkage).
- Gravures “Oscar/Oskar Adler & Co — Markneukirchen”; variërende export-merken.
Naoorlog (ca. 1950s–1960s)
- Productie beperkter dan pre-war; uitvoeringen wisselen per batch/serie.
- Vaak studiemarkt/verenigingsmarkt als doel; export-varianten/stencils komen voor.
(Let op: serietabellen zijn onvolledig; datering gebeurt via kenmerken, gravures etc.
Modellen & (typische) specs — saxofoon
roege generatie (ca. 1901–1925)
De eerste Adler-saxen zijn traditioneel Europees van snit: compacte boring, lichte projectie en een “centrale” klank. Mechanisch zie je een spoon-achtige linker-pinktafel zonder rollers, kleine palmkeys, meestal geen front-F en geen high F#. Gravures noemen “Oscar/Oskar Adler & Co – Markneukirchen (i. Sa.)”, soms met een eenvoudige lauwerkrans.
Interbellum (ca. 1925–1939)
De ergonomie moderniseert geleidelijk: stabielere octaafmechaniek en compacter pinkcluster. In deze periode komen serienamen/merken in omloop die je óf als Adler-modelnaam, óf als exportlabel (stencil) tegenkomt. Veelvoorkomende namen uit dit tijdvak zijn onder meer Relda (Adler achterstevoren), Orfeon, Odeum, Gloria en Triumph.
- Relda / Racso. Vaak eenvoudiger afwerking en keywork; bedoeld voor export. Front-F blijft ongebruikelijk; high F# praktisch afwezig.
- Orfeon / Odeum. Iets rijkere gravures, nettere passing en soms nét wat fijnere ergonomie dan de instap/exportlijnen.
- Gloria / Triumph. Namen die je zowel op eigen Adlers als op stencils ziet; let voor herkomst vooral op mechaniekvorm, brace en serienummerpositie.
Naoorlogse generatie (jaren 50–60)
Na 1945 wordt de productie gestroomlijnder. Sommige reeksen mikken duidelijk op studiemarkt en verenigingen; andere zijn netter afgewerkt en klinken moderner dan de pre-war instrumenten. Namen die je in deze fase tegenkomt zijn o.a. Electra, Eterna en opnieuw Symphonie/Gloria. Typisch voor veel naoorlogse Adlers: duidelijker front-F-aanwezigheid dan pre-war, nog steeds zelden high F#, en een octaafmechaniek die praktischer aanvoelt dan de allervroegste bouw. Bouwkwaliteit en intonatie kunnen per batch verschillen. In de loop van de jaren 60 loopt de saxofoonbouw af tot hij stopt binnen de DDR-structuur.
Wat onderscheidt de lijnen in de praktijk?
- Afwerking en gravure. Exportlabels (Relda, Racso, sommige Gloria’s) hebben vaak eenvoudiger gravures. Eigen Adlers tonen “Oscar/Oskar Adler & Co – Markneukirchen (i. Sa.)” en soms rijkere bekerversiering.
- Keywork-evolutie. Van spoon-pinky’s en kleine palmkeys (vroeg) naar compacter, beter gepositioneerd linkerpinky-cluster (interbellum en later). Front-F zie je pas regelmatiger na de oorlog; high F# blijft zeldzaam in de hele lijn.
- Octaafmechaniek. Vroeg traditioneel met grotere hefboom; later strakker en betrouwbaarder, maar zonder de uitgesproken “moderne” looks van sommige Franse/Amerikaanse tijdgenoten.
- Boring/klank. Eerder smal/centraal dan breed en donker; gericht op helderheid en kern, met artikulatie voor harmonie-/militair repertoir.
- Serienummers en herkomst. Bij Adlers staan nummers vaak op de achterzijde van het corpus bij de duimsteun. Voor datering/huis-vs-stencil: kijk naar lettertype/gravure, vorm van de body-to-bell brace, de linkerpinky-cluster en de positie/inslag van het nummer.
Korte herkenningsgids per naam (zonder claim dat het altijd zo is)
- Relda / Racso — exportbenaming; eenvoudiger afwerking; traditioneel keywork; zelden front-F, geen high F#.
- Orfeon / Odeum — nettere interbellum-reeks; ergonomie degelijker dan de instap/exportlijnen; front-F sporadisch, high F# niet gebruikelijk.
- Gloria / Triumph — naam komt zowel bij eigen Adlers als stencils voor; check mechaniek en gravure om herkomst te bevestigen.
- Electra / Eterna / Symphonie (naoorlogs) — gestroomlijnde productie; front-F vaker aanwezig; high F# nog steeds niet standaard; klank moderner dan pre-war, maar duidelijk “Europees”.
Modellen & (typische) specs — klarinet
Oehler/German (professioneel)
- Modellenreeksen vergelijkbaar met huidige 322/323/325 (varianten in sluiting/rollen/extra’s).
- Full Oehler-opties komen voor (LH Ab/Eb, fork Eb/Bb, articulated C#/G#; afhankelijk van model).
- Materiaal grenadilla; keywork nikkelzilver/verzilverd; toonhoogte veelal A=440/442 (post-war).
Boehm (studiolijn)
- Student-/instapmodellen met 17–18 kleppen (bijv. 911/912); Duitse productie.
Vandaag
- Het Adler-label leeft door bij Gebr. Mönnig – Oscar Adler & Co; distributie o.a. via Thomann/Adams.
Stencils / labels
Exportlabels (VS/VK, ca. 1905–1930)
Door Oscar Adler gebouwde saxen en klarinetten werden voor buitenlandse handelaren verkocht onder een huismerk.
- Eigen gravure/naamplaatje van importeur of winkel
- Adler-serienummers en Duitse bouwkenmerken blijven herkenbaar
- Specificaties per batch; soms andere gravure of keywork-afwerking
Na-oorlogse stencils (houtblazers, ca. 1950–1970)
Klarinetten/oboefamilie met badge van distributeur of orkestleverancier.
- Grenadillahout of eboniet, nikkelzilver sleutelwerk
- Serienummer en boring corresponderen met Adler-lijnen
- Meestal Boehm; Duits systeem op aanvraag
Winkelbadges (Duitsland/Oostenrijk, ca. 1910–1935)
Instrumenten geleverd met badge of klankbeker-stempel van de lokale muziekwinkel.
- Naam van winkel op beker of klepplaatje
- Technisch gelijk aan het basis-Adler-model
- Identificatie vaak via serienummer/onderdelen
‘Artist’ / ‘Solo’ / generieke modelnamen
Marketingnamen i.p.v. een merk; gebruikelijk in de Markneukirchen-regio.
- Body/boring uit Adler-productie
- Nadruk op cosmetische afwerking of gravure
- Kleine verschillen in keywork per batch
