Geschiedenis
Parijs in het interbellum
Maurice Boiste behoort tot de kleinere Parijse ateliers tussen de wereldoorlogen. Productie is kleinschalig en ambachtelijk.
Kenmerken en reeksen
Instrumenten verschijnen met ‘Série Artiste’‑gravures en variërende afwerkingen; dat wijst op kleine reeksen en dealergerichte stencils.
Verdwijnen en nalatenschap
Na de jaren vijftig dooft de productie uit. Boiste blijft onder verzamelaars een voorbeeld van fijnmazige Franse instrumentenbouw uit die periode.
Modellen saxofoon
Vroege ateliermodellen (Parijs)
Kleine series met de hand gebouwd. Klassieke Franse feel: warme toon, nette projectie.
Alt en tenor het meest voorkomend
Gesoldeerde toongaten, simpele beschermbeugels
Linkerhand-tafel nog klassiek; front-F niet altijd aanwezig
High-F♯ meestal niet standaard
“Artiste/Professionnel” (top van het atelier)
Selectie van betere bodies en strakkere afstelling. Meer kleur en draagkracht.
Nauwkeuriger intonatie en snellere actie
Fraaiere gravure/afwerking; keywork vaak verzilverd
Geschikt voor solistisch werk en studio
“Intermédiaire” (half-professioneel)
Stap hoger qua boring en afwerking. Voelt moderner aan dan de leerlinglijn.
Rib-mounted zuilen op de body, stillere hefbomen
Vaak front-F; high-F♯ soms als optie
Iets strakkere boring → meer focus in het middenregister
“Étudiant” (leerling/instap)
Betaalbare instrumenten voor starters en verenigingen. Stevige bouw, makkelijk aanblazen.
Vernikkeld of verzilverd sleutelwerk, gelakte body
Intonatie rond A=440–442, bedoeld voor koor/korps
Eenvoudige mechaniek; onderhoudsvriendelijk
