Geschiedenis
KONEFA (Koninklijke Nederlandsche Fabriek van Muziekinstrumenten) ontstond in 1924 in Tilburg, op het moment dat de vroegere Kessels‑NV werd geliquideerd. De nieuwe onderneming werd opgezet door oud‑medewerkers uit de Kessels‑fabriek en zette met eigen management een deel van de productiecapaciteit voort. Daarmee werd KONEFA in praktijk de institutionele ‘opvolger’ van de NV, maar zonder directe betrokkenheid van Mathieu J.H. Kessels zelf, die al eerder een eigen firma naast de NV was begonnen.
Productie en profiel (Tilburg, 1924–1930). In Tilburg bouwde KONEFA blaasinstrumenten voor harmonie en fanfare, met naast koper ook hout: klarinetten, basklarinetten en saxofoons. Uit museale en erfgoedcollecties zijn instrumenten met het KONEFA‑merk bekend, waaronder een KONEFA‑basklarinet. De focus lag op degelijke seriematige productie voor verenigingen en onderwijs—dezelfde afzetkanalen waarin de Kessels‑fabriek groot was geworden.
Verhuizing naar Den Haag (1930). Rond 1930 verhuisde KONEFA de bedrijfsvoering van Tilburg naar Den Haag. De verhuizing past in een periode van reorganisatie en schaalverkleining in de Nederlandse instrumentenbouw, mede onder invloed van economische tegenwind aan het begin van de jaren dertig en veranderende markten.
Relatie tot de familie Kessels. Hoewel KONEFA uit de voormalige NV‑organisatie voortkwam, stond de familie Kessels er niet aan het roer. Mathieu Kessels had zich al eerder afgesplitst met zijn (Nationale) Instrumentenfabriek M.J.H. Kessels. Een generatie later startte Hendrik Kessels in 1931 in Den Haag een eigen Kessels‑werkplaats/fabriek—een afzonderlijk traject dat los stond van KONEFA.
Einde en nalatenschap (1939). In 1939 ging KONEFA failliet. Daarmee sloot een kort maar relevant hoofdstuk in de Nederlandse instrumentenindustrie af. Instrumenten met de KONEFA‑naam, vooral houtblazers en koper voor harmonie/fanfare, duiken nog geregeld op in collecties en bij restauratieprojecten. Ze documenteren de overgang van het grote Kessels‑concern naar kleinere, zelfstandige initiatieven in het interbellum en illustreren hoe vakmanschap uit Tilburg een vervolg kreeg in Den Haag.
- 1924: start in Tilburg door oud‑Kessels‑medewerkers na liquidatie van de Kessels‑NV.
- 1930: verhuizing naar Den Haag.
- Productie: koper‑ en houtblazers, o.a. (bas)klarinetten en saxofoons.
- 1939: faillissement.
- Belang: ‘schakel’ tussen de grote Kessels‑fabriek en latere, kleinere initiatieven; tastbare erfenis in Nederlandse collecties.
Modellen saxofoon
Alto (Konefa)
Alto met Konefa‑stempel; collectie/vermelding 1925.
- Type: alto saxofoon
- Datering: 1925 (vermelding)
- Stemming: Eb
- Materiaal: messing
- Kleppen: 21
- Toonomvang: B–F
- Lengte: 56,2 cm
Tenor (Konefa)
Tenor met Konefa‑stempel; collectie/vermelding 1928.
- Type: tenor saxofoon
- Datering: 1928 (vermelding)
- Stemming: Bb
- Materiaal: messing (vernikkeld)
- Kleppen: 20
- Toonomvang: B–F
- Lengte: 76,7 cm
Sopraan (Konefa)
Sopraan met Konefa‑stempel; collectie/vermelding 1929.
- Type: sopraan saxofoon
- Datering: 1929 (vermelding)
- Specificaties: n.b. — geen betrouwbare lijst gepubliceerd
Celesta (serie)
Konefa‑serie; gedocumenteerd in catalogus. Bekend o.a. op tenor (1930).
- Serie: Celesta
- Gedocumenteerd: catalogusbeeld; tenor 1930
- Catalogus-claim: verbeterde klank, intonatie en applicatuur
- Voorbeeld (tenor 1930): Stemming Bb • Materiaal: messing (vernikkeld) • Kleppen: 21 • Toonomvang: B–F • Lengte: 76,8 cm
Sirena (serie)
Konefa‑serie; catalogus met sopranino, sopraan en alto.
- Serie: Sirena
- Instrumenten: sopranino, sopraan, alto (catalogus)
- Catalogus-claim: verbeterde klank, intonatie en applicatuur
- Instrumenten (catalogus): sopranino, sopraan, alto
Modellen klarinet
Basklarinet (Konefa)
Basklarinet toegeschreven aan/gestempeld Konefa; restauratieproject in museumcontext.
- Type: basklarinet
- Datering: ca. 1930
- Bron: museum/restauratievermelding
- Specificaties: n.b. — restauratieobject; geen officiële featurelijst publiek
