J. Gras

J. Gras Paris was een Franse instrumentenbouwer met wortels in Lille en Parijs. Het merk maakte onder meer klarinetten, saxofoons en koperblazers. Vooral de oudere J. Gras-klarinetten uit de jaren twintig worden gezien als degelijk gebouwde, professionele instrumenten met een warme, open klank. Tegenwoordig is J. Gras een vrij zeldzaam merk, interessant voor liefhebbers van historische Franse klarinetten.

Geschiedenis

J. Gras Paris

J. Gras Paris was een Franse fabrikant en handelaar in muziekinstrumenten, voortgekomen uit de Maison Gras in Lille. Het merk is tegenwoordig vrij zeldzaam, maar in de eerste helft van de twintigste eeuw was Gras een serieuze naam binnen de Franse blaasmuziekcultuur. De firma maakte en verkocht onder meer koperblazers, klarinetten, saxofoons, fluiten en accessoires, en leverde ook aan harmonieën, fanfares en militaire muziekgezelschappen.

De geschiedenis begint in 1868, toen Joseph Désiré Gras zich in Lille vestigde als handelaar en reparateur van muziekinstrumenten. Gras had zelf een muzikale achtergrond en werkte aanvankelijk vooral vanuit de praktijk van reparatie en levering aan plaatselijke muziekverenigingen. Dat was in Noord-Frankrijk een belangrijke markt: harmonieën, fanfares en orphéons speelden daar een grote rol in het sociale en culturele leven. Vanuit die vraag groeide de onderneming langzaam uit van een winkel en reparatieatelier tot een echte instrumentenmakerij.

In de jaren tachtig van de negentiende eeuw zette Joseph Gras de stap naar eigen productie. Aanvankelijk lag de nadruk vooral op koperinstrumenten, maar de firma breidde haar activiteiten gaandeweg uit. Rond het einde van de negentiende eeuw was Gras niet alleen actief als fabrikant, maar ook als muziekhandel en uitgeverij. Dat verklaart waarom de naam J. Gras op uiteenlopende objecten en documenten voorkomt: instrumenten, bladmuziek, methodes, catalogi en handelsreclame.

Een belangrijke figuur in de verdere ontwikkeling was Charles Eugène Gras, de zoon van Joseph. Hij trad eind negentiende eeuw toe tot het bedrijf en nam later een leidende rol op zich. Onder zijn leiding groeide de firma sterker uit tot een grotere onderneming met meerdere vestigingen en een bredere productie. De naam Gras werd verbonden aan Lille, maar ook aan Parijs, Roubaix, Valenciennes en Brussel. Vooral de Parijse vestiging is voor veel instrumentenverzamelaars herkenbaar, omdat verschillende betere instrumentseries de stempel “J. Gras Paris” dragen.

Rond 1910 werd de serie “Prima” geïntroduceerd. Deze naam komt voor op verschillende instrumenten van Gras en lijkt bedoeld te zijn geweest als aanduiding voor een betere of professionele serie. Ook de namen “Libérator” en “GBS” komen bij Gras-instrumenten voor. Bij klarinetten is vooral de aanduiding J. Gras Paris interessant: volgens latere documentatie droegen de series GBS en Prima vanaf de jaren dertig de merknaam “J. Gras, Paris”, terwijl een andere serie onder “J. Gras, Lille” werd verkocht. Dat wijst erop dat de Parijse aanduiding vooral met de betere series en de landelijke of internationale uitstraling van het merk werd verbonden.

De Eerste Wereldoorlog had grote invloed op het bedrijf. Lille lag in een zwaar getroffen gebied en Charles Gras vertrok tijdens de oorlog naar Parijs. Na de oorlog nam hij de Parijse ateliers van Alphonse Vion over, een werkplaats die gespecialiseerd was in onderdelen en instrumentenbouw. Daarmee kreeg de firma een sterkere basis in Parijs. In de jaren twintig presenteerde J. Gras zich als een algemene fabrikant van muziekinstrumenten, met werkplaatsen in Lille en Parijs en filialen of verkooppunten in andere steden. In catalogi en advertenties uit die periode wordt de firma gepresenteerd als “Manufacture générale d’instruments de musique”.

Voor klarinetten is J. Gras vooral interessant als vertegenwoordiger van de Franse instrumentenbouw buiten de grote Parijse namen. De meeste bewaard gebleven J. Gras-klarinetten zijn Boehm-systeeminstrumenten uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Ze worden niet zo vaak aangeboden, maar de exemplaren die opduiken tonen doorgaans een degelijke Franse bouw, met grenadillehout, nikkel- of verzilverd mechaniek en een traditionele Franse klankopvatting. Het zijn geen massaal bekende instrumenten zoals Buffet of Selmer, maar ze passen wel duidelijk in dezelfde Franse traditie van zorgvuldig gebouwde houten blaasinstrumenten.

In 1938 werd de onderneming juridisch voortgezet als Gras Frères, geleid door de volgende generatie van de familie. Kort daarna brak de Tweede Wereldoorlog uit, waardoor de activiteiten opnieuw werden verstoord. Toch bleef de firma na de oorlog actief. In 1951 behaalde Gras Frères zelfs belangrijke prijzen op een internationaal concours voor blaasinstrumenten in Den Haag. Dat laat zien dat het bedrijf ook na de oorlog nog kwaliteit leverde en niet alleen als historisch overblijfsel voortbestond.

De productie van instrumenten stopte uiteindelijk in 1955. De omstandigheden op de exportmarkt waren moeilijk geworden en de familie besloot de instrumentenbouw te beëindigen. De uitgeverijtak van Gras bleef daarna nog bestaan en werd pas in 1989 definitief beëindigd, toen de activiteiten werden overgenomen door de Franse muziekuitgever Alphonse Leduc.

J. Gras Paris neemt daardoor een bijzondere plaats in binnen de geschiedenis van de Franse blaasinstrumentenbouw. Het was geen klein onbekend atelier, maar ook geen wereldmerk zoals Buffet Crampon of Selmer. De firma zat daar ergens tussenin: regionaal sterk geworteld in Lille, met een serieuze Parijse aanwezigheid, een brede productie en een duidelijke band met harmonie-, fanfare- en militaire muziek. Voor klarinettisten en verzamelaars zijn J. Gras-klarinetten vooral interessant als zeldzame Franse instrumenten uit de eerste helft van de twintigste eeuw, gebouwd in een traditie waarin degelijkheid, ambacht en een warme Franse klank centraal stonden.

Modellen saxofoon

Prima ca. 1910-1955

Prima was de bekendste betere serie van J. Gras. De naam werd volgens historische bronnen rond 1910 geïntroduceerd en komt later voor op verschillende saxofoons met de aanduiding J. Gras Paris. Veel van deze instrumenten zijn verzilverd of vernikkeld en passen duidelijk in de Franse saxofoonbouw van de eerste helft van de twintigste eeuw. De documentatie is beperkt, maar de Prima-serie lijkt bedoeld te zijn geweest als een degelijk of professioneel georiënteerd model

Prima Libérator ca. 1945–1955

Prima Libérator was een naoorlogse uitvoering of subserie van de Prima-lijn. De naam Libérator lijkt te verwijzen naar de bevrijding na de Tweede Wereldoorlog. Bekende exemplaren zijn vooral altsaxofoons, vaak met de Parijse adresvermelding “15 rue de la Tour des Dames”. Sommige instrumenten werden geleverd met een garantiecertificaat en een garantie van twaalf jaar tegen fabricagefouten. De Prima Libérator werd dus duidelijk als een serieus kwaliteitsinstrument gepresenteerd. De meeste bekende exemplaren dateren uit de late jaren veertig en vroege jaren vijftig.

Modellen klarinet

Prima ca. 1910–1954

Prima was de bekendste betere serie van J. Gras. De naam werd al vroeg in de twintigste eeuw gebruikt voor instrumenten van de firma en komt later ook voor op klarinetten met de aanduiding J. Gras Paris. Bij klarinetten lijkt Prima bedoeld te zijn geweest als een degelijk of professioneel georiënteerd model, niet als eenvoudige studie-uitvoering. De documentatie is beperkt, maar bewaarde en verkochte exemplaren laten zien dat er in elk geval Bes-klarinetten onder deze modelnaam zijn gebouwd.

Libérator ca. 1945–1954

ibérator was waarschijnlijk een naoorlogs model of een naoorlogse serie-aanduiding van J. Gras. De naam verwijst vermoedelijk naar de bevrijding na de Tweede Wereldoorlog. In historische documentatie wordt expliciet een Bes-klarinet genoemd als “modèle Libérator”. Daarmee is Libérator een van de weinige J. Gras-modelnamen die ook duidelijk aan klarinetten gekoppeld kan worden. Het model past vermoedelijk in dezelfde kwaliteitslijn als de naoorlogse Prima Libérator-instrumenten van het merk.

Scroll to Top