Kerninfo: Stad/Regio: Parijs · Periode: ca. 1882–1960s
Couesnon
Geschiedenis
Oorsprong (Gautrot, midden 19e eeuw)
De wortels liggen bij Gautrot à Paris, actief in koper- én houtblaasinstrumenten voor orkesten en militaire muziek. In deze periode bouwt het huis een netwerk van toeleveranciers en ateliers (o.a. in Normandië), met Parijs als assemblage- en verkoopcentrum.
Naamovergang naar Couesnon (ca. 1880–1882)
Rond 1880–1882 neemt Amédée Couesnon het bedrijf over en wordt het Couesnon & Cie (Paris). Het nieuwe management zet in op schaalvergroting, standaardisatie van modellen en internationale verkoop. Couesnon levert breed: van studiemodellen tot professionele series.
Expansie & merkvoering (eind 19e – vroege 20e eeuw)
Couesnon groeit uit tot een van de grote Franse band-leveranciers. In catalogi en gravures duikt het label Monopole op als eigen huislijn/kwaliteitsmerk (géén stencil). Parallel daaraan produceert Couesnon ook voor dealers en importeurs onder stencil-merken (met op de beker een winkel- of fantasienaam i.p.v. “Couesnon”).
Saxofoons en houtblazers (vroege 20e eeuw)
De houtblazers en saxen hebben een uitgesproken “Franse” klankesthetiek: compacte boring, helder/levendig timbre. Vroege saxofoons tonen traditionelere ergonomie (spoon-pinky’s, kleine palmkeys), die richting het interbellum geleidelijk moderniseert.
Eerste Wereldoorlog & interbellum (1914–1939)
De oorlogsjaren drukken de productie; daarna volgt herstel en verbreding van het assortiment. In de jaren ’20–’30 consolideert Couesnon zijn positie in harmonie- en fanfarewereld; de Monopole-lijn wordt de herkenbare “huisstijl”. In deze periode verschijnen ook veel export-stencils (VK/VS), waaronder curved sopranen en C-melodies.
Tweede Wereldoorlog en wederopbouw (1939–1950)
De bezetting en grondstoffenschaarste laten hun sporen na. Na 1945 draait de productie weer op, maar met meer nadruk op serie-economy: grotere batches, gestroomlijnde modellen. Kwaliteit en intonatie kunnen per batch/serie variëren.
Naoorlogse generatie (jaren ’50–’60)
De saxen evolueren naar modernere ergonomie; veel naoorlogse Monopole II-exemplaren tonen rolled tone holes en een double-socket hals. De aanduiding Conservatoire markeert doorgaans de hogere uitvoering binnen deze reeks. Couesnon blijft intussen koper en houtblazers voor onderwijs en verenigingen leveren, plus geselecteerde professionele lijnen.
Archiefverlies & latere jaren
Een groot deel van de historische administratie gaat eind jaren ’60 verloren; exacte jaartallen en serienummer-tabellen zijn daardoor onvolledig. Voor datering en specificaties is men aangewezen op instrumentkenmerken, gravures en veldwaarnemingen. In de decennia daarna blijft de naam Couesnon vooral met koperblazers geassocieerd; de klassieke woodwind-lijnen lopen geleidelijk af.
Kenmerken (saxofoons per periode)
Vroeg (ca. 1900–1925)
- Linkerpinky-cluster in “spoon”-stijl (vaak zonder rollers), kleine palmkeys.
- Meestal geen front-F en geen high F#.
- Klank licht/levendig; projectie goed maar minder breed dan veel Amerikaanse tijdgenoten.
- Bijzonder: curved soprano, C-melody, incidenteel sopranino.
Tussenoorlog (ca. 1925–1940)
- Monopole-lijn; verbeterde octaafmechaniek en ergonomie.
- Intonatie merkbaar stabieler; afwerking vaak rijk gegraveerd.
- Enkele halsen met microtuner; high F# blijft uitzonderlijk.
Naoorlog (ca. 1950–1965+)
- Meer serie-economy: eenvoudiger sleutelwerk/materialen in sommige batches.
- Intonatie/afwerking variëren per serie; speelgevoel blijft typisch Frans (levendig, met kern).
Modellen saxofoon
Monopole (pre‑war → late jaren ’40)
Vroege/vooroorlogse lijn. Meestal zonder front‑F en high F#; kleinere palmkeys; spoon-pinkycluster. Latere pre‑war exemplaren neigen al naar modernere ergonomie, maar blijven mechanisch eenvoudiger dan de naoorlogse generatie. (Exacte jaartallen variëren; fabrieksarchief is incompleet.)
Monopole II (mid‑1950s → 1960s)
Naoorlogse generatie met modernere ergonomie. Typisch: rolled tone holes en double‑socket hals; intonatie stabieler dan pre‑war. Details (octaafhefboomvorm e.d.) verschillen per bouwjaar/batch.
Monopole II Conservatoire (uitvoering binnen Monopole II)
“Conservatoire” duidt de hogere uitvoering/trim binnen Monopole II aan. Kernfeatures overlappen (rolled tone holes, double‑socket); soms varianten zoals underslung octaafhefboom. Er bestaan zeldzame specials (bepaalde jaren/typen), maar niet uniform per serie.
Modellen klarinet
Monopole / Monopole Conservatoire
Professionele lijn; Conservatoire = hoger gepositioneerde uitvoering.
